Nederlandse kleurdwerg

De Nederlandse kleurdwerg heeft veel redenen om het meest populaire konijnenras te zijn. Het diertje ziet er schattig uit, heeft een gemakkelijk klein formaat en bestaat in allerlei kleuren. De kleurdwerg is in Nederland ontstaan door het kruisen van een klein bestaand ras (Pooltjes) en kleine wilde konijntjes. Het ras is sinds 1940 officieel erkend.

Hoewel je een konijn misschien in hetzelfde rijtje knaagdieren zoals muizen en ratten zou willen plaatsen, is dat niet juist. Konijnen zijn geen knaagdieren, maar behoren tot de haasachtigen. Het verschil tussen haasachtigen en knaagdieren zit in het gebit. Achter de grote snijtanden in de bovenkaak van het konijn bevinden zich nog twee kleine tandjes: de stifttanden. Die stifttanden hebben knaagdieren niet. Als het konijn niet eet, rusten de snijtanden van de onderkaak op de stifttanden erboven. 

Zoals de naam al zegt, bestaat de Nederlandse kleurdwerg in allerlei kleuren. Oorspronkelijk was de kleurdwerg grijs van kleur. Door te fokken wisten mensen dit na de Tweede Wereldoorlog langzaam maar zeker te veranderen. Behalve een grote variatie in kleuren, kent de kleurdwerg ook verschillende aftekeningen. Dat betekent dat hun vacht op een bepaalde manier is gevlekt. 

Door zijn kleine formaat is de kleurdwerg gemakkelijk als huisdier te houden. Het hok van een kleurdwerg neemt minder ruimte in beslag dan van een Vlaamse reus. Voor elk konijnenras geldt dat het een groepsdier is. Ze kunnen het beste in paartjes worden gehouden. Een mannetje en vrouwtje bij elkaar kan heel goed. Het mannetje moet wel gecastreerd zijn, anders komen er snel jongen. Ook twee vrouwtjes samen gaat doorgaans prima. Twee mannetjes samen gaan meestal vechten.